|
Deze
site en de nieuwspagina worden regelmatig geactualiseerd. (laatste
wijziging: 12 oktober 2011)
belastingplan 2012, overige maatregelen
Op 20 september 2011 zijn de fiscale
plannen voor het jaar 2012 bekend gemaakt. Voor de BPM geldt dat het
nominale tarief verder wordt verlaagd tot 11,1% van de netto
catalogusprijs. Uitgaande van de huidige CO2 schijven zal er een
vierde schijf worden toegevoegd om de meest onzuinige auto's zwaarder
te belasten. De vierde schijf zal op 1 juli 2012 in werking treden.
Met ingang van 2013 zal het nominale tarief geheel zijn verdwenen. Op
dat moment is de omvorming van de BPM tot milieuheffing een feit. Voor
het overige is nog van belang dat er een wetswijziging is voorgesteld
die ten doel heeft om het gebruik van taxatierapporten bij puur
binnenlandse situaties onmogelijk te maken. De restwaarde zal vanaf
2012 aan de hand van een tabel moeten worden vastgesteld. Dit is
bijvoorbeeld het geval als ten onrechte een vrijstelling (bestelauto)
zou zijn genoten. Dit geldt volgens de nieuwe plannen ook heel
expliciet voor de ombouw van bestelauto's.
Verder wordt het vergunninghouders (artikel
8 BPM) moeilijker gemaakt om
gebruik te maken van taxatie aangiften. De vergunning zal zo worden
aangepast dat alleen nog op basis van de forfaitaire
afschrijvingstabel kan worden aangegeven. Verder komt er een speciale
regeling voor buitenlandse lease-auto's (huur) die door Nederlandse
ingezetenen worden gebruikt. De Wet zal aansluiting zoeken bij de
feitelijke gebruiksduur van het Nederlandse wegennet. Het doel is dat
bij aanvang van het tijdelijke gebruik en de registratie in Nederland
wordt geheven en de teruggaaf bij export alvast wordt verleend. Deze
teruggaaf bij export is voorwaardelijk.
Bericht van 12 oktober 2011 - J.T.P.
Overboom
nieuwe werkwijze aangiften bpm (1 juli 2011)
Op 1 juli 2011 is de werkwijze voor de
behandeling van BPM aangiften aangepast. In beginsel zal het op de
aangifte vermelde belastingbedrag worden gevolgd. In de situatie dat
in de aangifte wordt verwezen naar een taxatierapport dan bestaat de
mogelijkheid op de mededeling tot het instellen van een hertaxatie.
Dit wordt direct aan de aangever medegedeeld. Nadien wordt de aangifte
op basis van het aangegeven bedrag verder afgehandeld. Daarbij
waarschuwt de belastingdienst alvast voor het opleggen van een
naheffingsaanslag. Dit om in het voorkomende geval het op de aangifte
vermelde bedrag te corrigeren. De Belastingdienst streeft ernaar om
ingeval van correctie binnen 6 maanden een naheffingsaanslag op te
leggen.
In beginsel bedraagt de termijn voor het
opleggen van een naheffingsaanslag vijf jaar. Dit betekent dat indien
daartoe aanleiding bestaat aangiften ook vijf jaar later nog kunnen
worden gecorrigeerd. Ingeval kan worden bewezen dat opzettelijk
onjuist aangifte is gedaan dan kan uiteraard ook nog een
administratieve boete worden opgelegd. (bericht: 11 oktober 2011)
uitspraak hof van justitie inzake bti (douanerecht)
Op 7 april 2011 (C-153/10) heeft het Hof
van Justitie van de Europese Unie arrest gewezen met betrekking tot de
toepasbaarheid van de bindende tariefinlichting. De essentie is dat
alleen de rechthebbende op de BTI een beroep op de BTI kan doen. Dit
geldt ook als de rechthebbende op de BTI tot een concern behoort en
een andere tot het concern behorende vennootschap als aangever
optreedt. Ingeval de aangever (BV A) niet de rechthebbende (BV B) op
de BTI is dan kan de aangever zich ten opzichte van de
douaneautoriteiten niet op die BTI beroepen. Alleen BV B komt dit
recht toe. Het Hof erkent wel dat een BTI voor een niet rechthebbende
als bewijs kan dienen. Maar dit kan niet leiden tot een gewettigd
vertrouwen bij BV A. De douaneautoriteiten zijn alleen gebonden jegens
BV B.
Voor informatie mr. J.T.P. Overboom
(0318-430 275)
uitspraak rechtbank 12% regeling (aangifte bpm)
Op 11 januari 2011
heeft de Rechtbank Arnhem uitspraak gedaan in een procedure met
betrekking tot de inkoopwaarde bij eerste ingebruikneming.
Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat de inkoopwaarde bij eerste
ingebruikneming strijdig is met het Europese recht (artikel 110 VWEU).
Deze regeling wordt in de praktijk veelal aangeduid als de 12%
regeling en heeft tot gevolg dat er een korting moet worden toegepast
op de afschrijving ter zake van de bepaling van de belasting van
personenauto's en motorrijwielen bij de invoer van gebruikte
personenauto's. Meer over deze uitspraak in de uitgave van
Fiscaal Rendement
of
Plein Plus Voor informatie: mr. J.T.P. Overboom (0318-430 275).
btw bij invoer oldtimer omhoog (van 6% naar 19%)
Op 1 januari 2011 heeft er een verhoging
plaatsgevonden van de BTW op de invoer van olditimers (voorwerpen van
verzamelingen). Dit was totnogtoe het verlaagde tarief van 6% en is nu
op het algemene tarief van 19% gesteld. Voor particulieren en anderen
die geen recht op aftrek van BTW hebben, leidt dit tot een
aanzienlijke belastingverzwaring. Dit neemt niet weg dat in sommige
lidstaten aanzienlijk lagere BTW-tarieven gelden. In die zin is van de
belang om de een fiscaal geoptimeerde logistiek toe te passen.
Voor informatie: mr. J.T.P. Overboom
tel.: 0318 - 430 275.
nieuwe berekening aangifte bpm (12% regeling)
Met ingang van 1 mei 2010 heeft de
Belastingdienst een wijziging in het aangiftebiljet BPM doorgevoerd.
Dit betreft de regeling zoals die op 17 maart 2010 in de Staatscourant
is gepubliceerd De desbetreffende regeling wordt sinds 10 mei 2010
toegepast. (geactualiseerd bericht: 10 mei 2010)
douane controleert reizigers en op apple ipad
In de komende periode gaat de douane
reizigers vanuit de Verenigde Staten strenger controleren op de
aanwezigheid van iPads in de reizigersbagage. In het geval dat
een dergelijk product in de bagage wordt aangetroffen zal alsnog 19 %
omzetbelasting over de douanewaarde moeten worden betaald. Als in de
USA voor het product $ 499 ( = Є 372,50) is betaald dan zal bij
binnenkomst in Nederland een bedrag van
Є 70,78 aan omzetbelasting moeten worden afgedragen. (bericht:
7 april 2010)
wijziging berekening bpm (inkoopwaarde)
Op 17
maart 2010 is de regeling voor de berekening van de
inkoopwaarde bij de eerste ingebruikneming in de Staatscourant
gepubliceerd. Een en ander houdt verband met de wetswijziging van 1
januari 2010. Voor de afschrijving zal volgens de wetgever niet langer
worden uitgegaan van de catalogusprijs maar van de inkoopwaarde bij
eerste ingebruikneming. Aangezien deze inkoopwaarde
(fabrieksprijs) veelal niet bekend is, heeft de staatssecretaris deze
forfaitaire regeling bekend gemaakt. In de toelichting op de regeling
is het volgende voorbeeld vermeld.
"Een auto
wordt geïmporteerd in Nederland. De som van de catalogusprijs en de
belasting bedraagt
Є 15000. De inkoopwaarde in Nederland op
het tijdstip van eerste ingebruikname kan als volgt worden berekend:
(Є 15000 - Є 500) x 0,88 = Є 12760. Deze waarde wordt nu als volgt
gebruikt om de afschrijving te berekenen. De inkoopwaarde in Nederland
op het tijdstip van de import bedraagt op basis van de koerslijst Є
6000. De afschrijving is Є 12760 - Є 6000 = Є 6760. Uitgedrukt in
procenten van de inkoopwaarde in Nederland op het tijdstip van de
eerste ingebruikname in Nederland is dit 52,98%. De berekende BPM
wordt met dit percentage verminderd." (Bron: Staatscourant 17 maart
2010)
|
gekruid
kalkoenvlees (douanerecht)
Op 15 januari 2010
(07/13023)
heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de indeling van een partij
kalkoenvlees. De partij goederen bestaat uit 1600 kartons bevroren
kalkoenvlees en wordt aangegeven als gekruid kalkoenvlees, post 1602 (bereid kalkoenvlees). Er worden monsters van de partij goederen
genomen. Een monster bevat volledig gekruid kalkoenvlees. Voor het
tweede monster geldt dat het vlees niet over het totale
oppervlak is gekruid. De inspecteur bestempelt mitsdien deze hele partij vlees als
onbereid kalkoenvlees post 0207.
Voor de rechtbank en het Hof is
eigenlijk steeds over de betekenis van gekruid vlees geprocedeerd. De
Hoge Raad gaat niet mee in deze discussie en stelt vast dat de partij
uit tweede soorten vlees bestaat namelijk gekruid vlees en ongekruid
vlees. Op deze gemengde partij vlees acht de Hoge Raad indelingsregel 3b
toepasbaar zodat deze partij goederen wordt ingedeeld onder de
tariefpost van de stukken vlees waaraan de totale partij zijn
wezenlijke karakter ontleent. Dit betekent dat deze partij kalkoenvlees
van gemengde samenstelling als gekruid
kalkoenvlees wordt aangemerkt en onder post 1602 als bereid kalkoenvlees
moet worden ingedeeld. Dit omdat het onderzochte vlees overwegend
uit gekruide stukken kalkoenfilet bestaat en het product wordt verhandeld als
vlees bestemd om te worden verwerkt tot gerede vleeswaar.
Voor de toelichting op dit arrest kan
naar onze mening worden aangesloten bij het arrest HvJ EG 1 juli
1982, Palte & Haentjens, 208/81 en 209/81. In dat arrest is sprake
van een partij haver. Enerzijds bewerkte haver en anderzijds
onbewerkte haver en een residu van de bewerkte haver. Volgens het Hof
moet worden bezien aan welk product de partij goederen haar wezenlijk
karakter ontleend (>50% van het totale gewicht) en dat mede de aard
van het verkochte product in het oordeel wordt meegewogen. (bericht:
12 maart 2010)
publicatieoverzicht
|